dinsdag, november 01, 2005

Tom McRae; vergane glorie?

Soms kom je toevallig in aanraking met een artiest die je vervolgens overal tegenkomt. Dat was bij mij het geval met Tom McRae. Uit een bak cd’s viste ik een exemplaar van ‘Blood in the head’, kocht die op de gok, en draaide hem vervolgens grijs. Tot mijn schrik bleek ik hem dit jaar op Werchter te hebben gemist, waar hij tussen alle andere onbekendere namen in de Pyramid tent niet was opgevallen. Gelukkig was er een herkansing; op 27 oktober stond hij in de Oosterpoort. Vol frisse moed begon ik dus onder mijn muziekvrienden zieltjes te winnen, maar iedereen die ik erover sprak, was vorig jaar al geweest. Met sterk wisselende reacties… De verwachtingen waren daardoor al enigszins getemperd. Gelukkig, want het was interessant, maar absoluut geen hoogtepunt.

Het meest vermakelijk aan het concert was het voorprogramma, Joe Purdy. Een pretentieloos bandje, met drie oerlelijke muziekanten die veel lol hadden op het podium, en gewoon mooie luisterliedjes maken. Ze waren blij met elk applaus, dat enthousiasme werkte weer aanstekelijk. Gelukkig was, net toen de Neil Young achtige stem begon te irriteren en het geheel wat saai werd, het optreden alweer voorbij. Dat is het voordeel van een voorprogramma…

En toen kwam de hoofdact; Tom McRae. Geheel in het zwart, met op de achtergrond in grote letters zijn naam, met een vogels boven de Rae. Hierdoor kreeg ik meteen een flashback naar mijn kindertijd, toen ik riddertje speelde, en dit soort tekens in mijn wapenschild had verwerkt…
Van begin af aan was duidelijk dat Mr. Tom niet zo happyhappy was. Op zich past dat ook bij zijn muziek, die aardig somber en duister is. Maar dat was niet alles. Bijna het hele optreden was muzikaal perfect, eigenlijk te perfect als je het mij vraagt. De liedjes klonken allemaal exact zoals op de cd, met geen toontje verschil. Ondertussen stond Tom chagrijnig zingend naar de rechterbovenhoek van de zaal te turen; het eerste halfuur heeft hij tussen de nummers door woord gezegd. Daarna werd hij iets losser, maar de woorden die eruit kwamen maakten het er niet beter op. Hij zeurde over de lage opkomst, de slechte verkoopcijfers van zijn cd’s, het tamme publiek en besteedde een lange monoloog aan sarcastische grapjes over zijn ex.

Al dat commentaar op het publiek was overigens helemaal niet terecht. Er waren inderdaad niet heel veel mensen, maar de mensen die er waren, zongen hard mee, applaudisseerden of hun leven er vanaf hing, en brachten heel toepasselijk zelfs een bellenblaashommage tijdens het laatste nummer; boy with the bubble. Een publiek waar dEUS een paar dagen daarvoor nog jaloers op zou zijn geweest! Maar hoe de mensen zich ook inzetten, Tom’s opmerkingen bleven negatief geladen.

Een lichtpuntje in het verder bijna saaie programma ontstond toen het voorprogramma de band nog even mocht versterken, en er opeens een stuk of 8 snaarinstrumenten op het podium stonden. Even dacht ik dat alles nog goed zou komen… maar zelfs in dit gedeelte leek hij alles zelf in de hand te willen houden, en gaf nauwelijks ruimte aan de overige bandleden.
Qua geluid en muziek was er technisch gezien helemaal niks op de show te merken. Maar juist dat feit, samen met de duidelijk perfectionistische en pessimistische Tom en een halflege zaal, lieten bij mij een nare nasmaak achter van vergane glorie. Dat had ik overigens kunnen weten; de cd die ik had gevonden, kwam uit de ramsj…

Het lijkt er echter op dat Tom moeite heeft deze dip in zijn carrière te accepteren, dus ik stel voor om hem, lering trekkend uit the Jeff Buckley story, voorlopig een zwemverbod op te leggen…