zaterdag, oktober 01, 2005

Wachten op Godot

De keuze voor de serie kopstukken was dit jaar een must bij het bestellen van kaarten voor het komend theaterseizoen. Zeker voor een bedrijfseconoom, die gespecialiseerd is in de optimale besteding van schaarse middelen. Een aantal theaterstukken waar de specialisten lovend over zijn, en dat met 20% korting, kun je vanuit deze invalshoek natuurlijk niet laten schieten.
Wel had de voorstelling voor mij een slechte startpositie; zeer recent was ik nog volledig uit het veld geslagen door de voorstelling Proust 3 van het Ro Theater. De combinatie van hoogwaardig toneelspel, goed gebruik van multimedia door projectie van beelden op een aantal schermen en een jongenskoor zorgden er daar voor dat ik met kippevel op ging in het spektakel. Het is natuurlijk niet helemaal eerlijk, maar de volgende voorstellingen ga je automatisch vergelijken. De eerste voorstelling uit de reeks ‘kopstukken’, Wachten op Godot, had dus iets om tegen op te boksen.
En ik moet zeggen dat ik niet teleurgesteld ben. Wachten op Godot was een voorstelling die zeker indruk maakte. Als ‘tussendoortje’ was ik vorige week nog naar een voorstelling van het NNT geweest; Frankenstein, wat de verwachtingen over het toneel weer aardig had getemperd. Het toneelspel was daar prima, maar de rockmuziek en zang voor mij te overheersend aanwezig en van een stuk mindere kwaliteit.
De hoofdrollen in Wachten op Godot werden gespeeld door Peter de Jong en Karel de Rooij, ofwel het bekende duo dat jaren onder de naam Mini en Maxi heeft opgetreden. De rol van zwervers was ze op het lijf geschreven. Eerlijkheid gebied; de voorstelling dreef voor een groot deel op de mimiek en het samenspel van deze twee. Gewoonweg schitterend. Zeker in combinatie met goed gevonden woordspelingen maakte dit de voorstelling. Het was bijna jammer dat er nog drie acteurs meespeelden, die soms in een vergeefse poging probeerden even grappig te zijn. Deze stukken werden voor mij al snel te langdradig en deden mij al snel verlangen naar het moment dat de twee zwervers weer alleen samen zaten te wachten.
Dat was misschien ook wel het interessantste aan het hele stuk. Er gebeurde namelijk heel weinig. De naam zegt het al; ze wachtten op Godot. De dag komt en verstrijkt. Echter zonder Godot. Die komt de volgende dag. “Maar dan komt hij ook zeker”, kwam een hulpje van Godot tegen het vallen van het duister vertellen. De avond gaat vervolgens over in de nacht. Pauze.
Na de pauze was het eigenlijk een herhaling van het eerste deel. Wel gebeurde er bij mij iets heel interessants. Aan de ene kant bekroop me het gevoel dat alles zich wel herhaalde, dat het langdradig was. Werd het bijna saai… maar gelijktijdig werd alles steeds zwarter en verwarder. Langzaam maar zeker bekroop me een gevoel dat dit “het” was. De twee wachtten, en wachtten, doodden hun tijd met van alles, en vooral met niks, vergeten heel snel hun verleden, de tijd verstrijkt op een rare manier, ze raken verward en hun doel schuift steeds weer op. Morgen, ja, morgen komt Godot. Zeker…
Op een vaak grappige, luchtige manier werd heel beklemmend het zinloos verstrijken van de tijd en de vergankelijkheid van het leven geschetst. De zwervers zijn opeens niet meer twee karikaturen, maar zie je opeens overal om je heen. Bijvoorbeeld in nette pakken, wachten totdat je genoeg geld hebt om geen zorgen meer te hebben. Onder het mom van “morgen, morgen wordt alles beter… dan begint het leven echt. Nu nog even volhouden dus…”

Wachten op Godot
Gezien: Stadsschouwburg Groningen, 30 september 2005